Mama, waar zijn nu de mensen die gestorven zijn?

Laatst bijgewerkt: woensdag 10 november 2021 Gepubliceerd: maandag 01 november 2021 Geschreven door Lode Caes

We zijn in de tijd van het ‘vallen van de bladeren’ zoals de volksmond het wel eens zegt. Die periode waarbij de natuur weer ‘in slaapstand’. Het is ook de tijd van Allerheiligen-Allerzielen. Dan denken we weer aan de vele geliefden, familie, vrienden, buren, … die ons in de dood zijn voorgegaan. De vele kerkhofbloemen verbeelden kleurrijk wat de overledenen voor ons betekenen. Voor al wie geloven in een leven na de dood is het een grote troost te weten dat onze geliefden dicht bij ons – in een soort ‘stand-by’ – aanwezig blijven. Als christenen geloven wij bovendien in een God, Vader, Moeder, die, zoals de Zoon Jezus het ons geleerd én getoond heeft, een God van leven is en niet van de dood.

Staande bij het graf van oma hoor ik een kind vragen: “Mama waar zijn oma en opa nu naar toe? Juf zei dat ze naar de hemel zijn, maar wat is dat dan?” Een vraag recht uit een kinderhart. Wat denken we er zelf over? We hadden een gesprek met Rosa Desmet en Johan Vanhaverbeke.

Zij die nog niet zo lang geleden man, vrouw, kind, een dierbare, of een goede vriend verloren, ervaren rond deze tijd nog het sterkst deze band met de overledene. Daarom ga ik eens op bezoek bij mevrouw Rosa Desmet. Zij moest vorig jaar, in de novembermaand, haar man, Herman Verbeke, uit handen geven.

Dag Rosa, iedereen weet dat, vorig jaar in november, je dierbare man Herman overleden is. Mag ik je hierover een paar vragen stellen?

Ook al kom ik onaangekondigd aanbellen, toch word ik onmiddellijk binnen gelaten. Bij een kop koffie raakt het gesprek over Herman vrij vlot op gang.

Rosa: Vier jaar vóór het overlijden van Herman stelde men een ongeneeslijke ziekte vast. Hij zou nog slechts twee jaar te leven hebben. Toen hebben we besloten om de laatste jaren samen nog heel intens te beleven en gingen nog op reis naar Hongarije. Herman bleef daarna thuis. Het was zijn wens om thuis te blijven. Ik stelde alles in het werk om Herman zo goed als mogelijk te verzorgen ook al werd het steeds moeilijker en lastiger. De woonkamer werd de kamer waar zijn ziekbed stond en waar mensen op bezoek kwamen Herman had het aanvankelijk heel moeilijk om te aanvaarden dat hij langzaam aftakelde. Hij moest leren loslaten en zich voor alles meer en meer laten behelpen. Er waren constant ongemakken en een niet wijkende pijn. Hij was altijd blij met de mensen die op bezoek kwamen, vrienden en kennissen en zeker zijn familie met de vier kinderen en de elf kleinkinderen.

Dat moeten troostende momenten voor Herman zijn geweest, te weten dat er zovelen met hem begaan waren en dat hij niet alleen gelaten werd. Dacht hij daarbij soms ook eens aan “hierboven” zoals men dat wel eens zegt?

Rosa: Ook al sprak Herman weinig over het geloof toch was hij ermee bezig. Kijk, een maand vóór hij stierf was pater Boni nog eens op bezoek geweest. Toen hij aanstalten maakte om weg te gaan, vroeg Herman: “Wil je mij zegenen?” Pater Boni voldeed ruimschoots aan die wens en nam er zijn tijd voor. Daarna kwam een zekere rust over Herman. Op dat moment beseften we samen welke enorme troost en steun wij hebben in het gebed en in een zegenend gebaar. Maar ik maakte me toch zorgen omwille van een aanhoudende hoest. Op de avond voor donderdag 18 november ging die hoest over. Even later moest ik hulpeloos toezien hoe Herman dit aardse bestaan verliet.

En dan komt de uitvaart die door de corona-maatregelen noodgedwongen niet de nodige opvang en troost van vele familie en aanwezigen rondom jou kan verzekeren. Anderzijds hoor je soms al eens vertellen dat de periode vlak na de begrafenis wel eens moeilijk verloopt, je bent alleen thuis met je verdriet…

Rosa: Ja, maar ik ben blij dat ik Herman nooit los gelaten heb, vooral niet tijdens zijn ziek zijn. Ik besef dat ik alles gedaan heb voor Herman wat in mijn macht lag. Jazeker, ik voel me ook gedragen door een rotsvast geloof en de overtuiging dat de dood niet het einde is. Er komt een moment waar ik weer verenigd zal zijn met Herman. Hoe en waar, dat weet ik niet maar nu al voel ik zijn aanwezigheid in het huis waar we zolang samenwoonden. En inderdaad het doet deugd om na het verlies van een geliefde te weten dat er heel veel familie en vrienden de band met Herman blijven aanhalen alsof hij elk ogenblik weer onder ons kan zijn. Op zaterdag 23 oktober 2021 komt de hele familie, vrienden, buren en kennissen, samen voor een feestelijk samenkomen als compensatie voor het niet kunnen doorgaan van een normale uitvaart en zal Herman beslist onder ons aanwezig zijn.

Dank je wel Rosa voor deze mooie en moedige getuigenis.

Hierbij de foto van Herman op de uitnodiging voor 23 november mét de tekst die Rosa schreef.

 

Lieve Herman,

Jij blijft bij me, ik laat je niet los,

want de liefde blijft, het leven niet.

We zien elkaar zeker terug,

daar waar de horizon gloort

door tijd en ruimte heen.

Hou een plaatsje vrij voor onze bende,

zoals in het Lechtal.

Rust nu maar!

Liefs, Rosa.

 

 

 

Ernstig ziek zijn én geïsoleerd, ook vóór de coronapandemie

Dat overkwam Daniël Vanhaverbeke zo’n drie jaar geleden. Hij liet vrouw Monique, zijn kinderen en de familie achter maar hij leeft voort, niet alleen in hun herinnering maar ook in die van de vele mensen die hij op zijn levensweg mocht ontmoeten. In deze kerkhoftijd bezocht ik zoon Johan om eens over zijn vader te praten. Johan is zelf vader van acht kinderen waarvan enkelen al het huis uit zijn. Ik val meteen met de deur in huis.

Dag Johan, dank je wel om even tijd voor mij te maken. Wat kan je mij over ziekte van je vader vertellen?

Johan: Die ziekte heeft vijf jaar aangesleept. Enige tijd daarvoor was hij nog met mama naar een appartement in de Dikkebusseweg verhuisd. Even daarna viel het verdict. De dokters hebben van alles geprobeerd maar de ene keer pakten de medicamenten aan en een andere keer weer niet. Het werd een moeilijk gevecht, nog bemoeilijkt door het feit dat papa maanden in een isolatiekamer in Brugge moest blijven, fysiek afgesloten van de buitenwereld. Enkel mama mocht er even bij. Hoeveel keer we het traject Ieper-Brugge en terug hebben afgelegd heb ik niet bijgehouden. Mijn mama ging iedere keer mee en één van de kinderen of een kennis.

Die isolatie-ervaring, dat moet heel erg geweest zijn.

Johan: Dat is ook zo, maar papa klaagde nooit. Hij begreep dat het voor iedereen lastig was om hem nabij te zijn en dus wou hij het niet nog moeilijker maken. Die maanden afzondering werden afgewisseld met periodes thuis waarin hij veel bezoek kreeg. Hij was daar altijd heel dankbaar voor. Gelukkig heeft hij, samen met mama, hun Gouden Huwelijksjubileum kunnen vieren. Enkele weken vóór hij stierf was de hele familie een laatste keer samen om 55 jaar huwelijkstrouw te vieren.

Hij klaagde niet maar hoe nam hij zijn ziekte op?

Johan: Papa vatte zijn ziek-zijn samen in volgende woorden: pijn hebben, vermoeid zijn, wachten, doorverwezen worden, een zoveelste onderzoek en bloedafname, hulp moeten vragen, ten laste zijn van anderen, afstand doen en alles achterlaten!

Hoe is het dan op het einde gegaan? Heeft Daniël veel afgezien? Besefte hij dat het einde naderde en hoe ging hij ermee om?

Johan: Op den duur werd alles teveel. De zware medicatie, de talloze opnames in Brugge, de geregelde perioden van afzondering. Hij had een slikprobleem wat het innemen van massa’s pillen erg lastig maakte. Ja, papa heeft veel afgezien. De cortisone kon die pijn niet meer verdrijven. Op het einde hielp niets meer en in dat besef heeft papa alles los gelaten, het was genoeg geweest. Dokters en verpleegkundige zagen het niet meer goed komen. In die sfeer waakten vrouw en kinderen dag en nacht tot hij op een zondag het sacrament, de ziekenzalving kreeg toegediend. Omringd door vrouw en kinderen heeft hij, in een helder moment, afscheid kunnen nemen.

Dat moment zal wel je hele leven bijblijven. Heb je weet van het feit of hij eerder uiting gaf van een zeker geloof in het hiernamaals?

Johan: Tijdens zijn ziekte nam papa soms de tijd om dingen over zijn leven neer te schrijven. Hieruit leren we dat hij méér aandacht had en bekommerd was voor de medemens dan voor zichzelf. En inderdaad hij was er altijd als men hem nodig had of als hij voelde dat hij kon helpen. Uit zijn notities blijkt ook zijn sterk geloof en de overtuiging dat de dood niet het einde is. Hier zijn eigen woorden zoals ze op zijn bidprentje overgenomen werden:

Geloof: Waarom zou ik niet geloven? Ik ben christelijk opgevoed. Volgens mij en vele anderen is er wel iets. Dat er geen geloof moest zijn, zouden er dan ook niet zoveel op bedevaart gaan, en hun toevlucht nemen tot één of andere heilige, Onze Lieve Vrouw, Pater Pio, Antonius of zoveel anderen. Het is als we in nood zijn dat we er het meest aan denken. Maar we kunnen ook danken voor de weldaden die we gekregen hebben. Daarom bid ik nog elke avond het Onze Vader en drie Weesgegroetjes. Daniël, mei 2018”.

Dank je wel Johan. Nog een vraag: “Deel jij dat geloof?”

Johan: Jazeker, ik deel zeker zijn geloof, hoe het leven na de dood er ook moge uitzien. Het verlangen en de hoop om elkaar terug te zien, die wens, koester ik levendig.

Hits: 3239