JoomlaTemplates.me by HostMonster Reviews

GESPREK MET HET VERLEDEN: De Heilige Geestkapel

Laatst bijgewerkt: woensdag 07 juli 2021 Gepubliceerd: dinsdag 04 mei 2021

Van 10 juli t.e.m. 12 september 2021 loopt er in de Sint-Maartenskathedraal een kleine tentoonstelling die ons de geschiedenis toont van de verdwenen Heilige Geestkapel, gelegen tussen de Lakenhalle en de Sint-Maartenskathedraal, die dateerde uit de dertiende eeuw. Zowel het bestaan van de kapel als het toch belangrijke Godshuis dat er aan verbonden was, is zo goed als onbekend ook bij de Ieperlingen.

De kapel was het bedehuis van het Godshuis van de Heilige Geest, een caritatieve instelling ontstaan in de dertiende eeuw, die in tegenstelling tot andere gelijktijdig gestichte Godshuizen geen gastengebouw had maar arme weduwen steunde door uitdelingen en later met huisvesting in de stad. Vanaf 1337 werd in de schoot van het Godshuis van de Heilige Geest het Nazareth, als bejaardenhuisvesting voor mannen, opgericht in de Rijselstraat. Ook diverse weduwenhoven in de stad werden opgericht vanuit dit Godshuis (De Kersecorf, het Rijke Klarenhof).

De kapel werd in 1799 afgebroken. Als de omgevingswerken in het centrum van Ieper deze zone bereiken, zullen ongetwijfeld de fundamenten van deze kapel het daglicht zien.

 

Archeologisch onderzoek in en om de Leet in Ieper baart de ene ontdekking na de andere. Na de blootlegging van het bisschoppelijk paleis bij de Janseniusstraat en het bovenhalen van de eerste skeletten uit een voormalig kerkhof aan het Sint-Maartensplein stootten de archeologen op een kademuur van de Ieperlee onder het Vandenpeereboomplein. Het is nog wachten op mogelijkse opgravingen tussen de Lakenhalle en de Sint-Maartenskathedraal. Daar bevond zich eertijds het nagenoeg onbekende Godshuis van de Heilige Geest.

Schaarse gegevens uit de 14de en 15de eeuw laten toe te besluiten dat dit instituut zich bezig hield met armenzorg door middel van kosteloze distributies. Hongersnood en pest in 1315-1316, die de ganse bevolking teisterden, werden gedeeltelijk opgevangen door het Godshuis van de Heilige Geest en de Armentafels. Van veel ernstiger aard was het feit dat Edward III van Engeland de wol bevoorrading van Vlaanderen als een effectief wapen gebruikte. Wanneer hij in 1336 iedere uitvoer naar Vlaanderen stopt, opdat Vlaanderen het Engelse kamp zou kiezen, zijn de gevolgen voor de stedelijke nijverheid catastrofaal. Vandaar de maatregelen die in 1337 getroffen werden. In het Nazareth en in het weduwenfonds, opgericht in de schoot van het Godshuis van de Heilige Geest, wordt voorzien in een permanente opname van ouderen, weduwnaars en weduwen, die er tot hun dood zullen worden verzorgd. Het bestond uit een aantal private woningen, waar oudere vrouwen en weduwen opgenomen werden en wiens kledij en voedselvoorziening door het Godshuis van de Heilige Geest werd verzorgd. Het weduwenfonds zal een grote uitbreiding kennen dat het Godshuis van de Heilige Geest er door overrompeld wordt (O. Mus). 

Tussen de Halle en de St.-Maartenskerk stond in vroeger tijden de H. Geestkapel. Reeds vóór 1227 werd ze door Lambrecht Voet en zijn vrouw Margareta Medem mild begiftigd. In de “Historie ofte beschrijving der vermaerde Stadt van Ipre”, handschrift welke bewaard wordt in het stadsarchief van Ieper, van Petrus Ramaut uit 1768 lezen we het volgende: 

ANNO 1245: den 16 april wiert gefondeert, de capelle van de H. Geest, voor de weduwen, door Guillielmus grave ende Margarieta gravinne van Vlaender.

 

In 1337 stichtte de kapelaan Jan Pascaris er een dagelijkse mis. Omstreeks 1346 herbouwde men die bidplaats, aangezien op 1 januari 1347 de bisschop van Morinië de toelating gaf om de kapel alsook om het altaar in te wijden. Zij was de zetel van het Genootschap van den H. Geest, een liefdadige instelling, die uit 12 leden bestond, meestal priesters, welke een bijzondere kledij droegen zodat men ze gewoonlijk Bonte Caproenen heette.  

Daar later de hoger genoemde mis niet regelmatig meer gedaan werd, kwam men in 1533 overeen deze mis in de week tussen 7 en 8 uur te lezen en op zon- en feestdagen te 7 uur. De zondag werd er eerst ‘spaerswatere’ (wijwater) gewijd, dat men vervolgens na de mis onder de aanwezigen uitdeelde. 

In 1621 herbouwde men de kapel nogmaals, nu in renaissancestijl. Mgr. de Hennin, vijfde bisschop van Ieper, legde er de eerste steen van op 28 mei. Menigvuldige giften, zo van renten als van eigendommen, werden het Genootschap van den H. Geest toegekend, ongetwijfeld omdat het voor doel had arme weduwen ter hulp te komen. Iedere week kregen deze dan ook in het gebouw naast de kapel brood en vlees en soms ook kleren, nadat ze eerst de H. Mis in de kapel hadden bijgewoond. Later werd die gift in een wekelijkse onderstand van 2 gulden 14 schellingen omgezet. In 1787 waren de ondersteunden totaal met 113, waarbij 8 ouderlingen, die men ‘Vlieghers’ heette, omdat ze een wijde mantel droegen. Zo leest men in ‘Loquella’, een taalkundig maandblad opgesteld door Guido Gezelle en welke verscheen van de bloeimaand 1881 tot de slachtmaand 1895 en later omgevormd tot een woordenboek, volgende betekenis voor ‘Vlieghers’: 

Blauw-lakenen rouwmantel of kraagjas ‘carrick’, voorzien van eene krage, die over de schouders hangt en geren opvliegt, als ’t waait; en van een vierarmde rood-lakenen kruis, ’t stedewapen van Iper, dat op dat deel ervan genaaid is, en dat de rechter borst bedekt. Dien vlieger droegen twaalf schamele ouderlingen, als zij in de groote uitveerden tegenwoordig zijn. Die twaalf ouderlingen heeten, te Iper, de vliegers, de vliegertjes. Wanneer deze mensen twee drie uren en meer, bezig waren geweest; dan kregen zij eenen frank en een ‘vollaardetje’ (soort koekebrood). 

Tot omstreeks 1900 verplaatsten deze laatsten zich in grote begravingen naast de lijkbaar.

Detail uit een tekening van Antonius Sanderus en waarop de Heilige Geestkapel te zien is – 27 Sacellum S. Spiritus

In het grafschriftenboek van de Sint-Maartenskathedraal vinden we verder een aantal verwijzingen naar begraafplaatsen binnen de kathedraal. De Heilige Geestkapel stond nabij het zuidportaal van de St.-Maartenskerk. Ze bevond zich op de hoek van het kerkhof van de St.-Maartenskerk. De kapel staat dus netjes tussen het stadhuis en de kerk vlak voorbij de Donkerpoort. Dat er weinig graven zijn overgebleven heeft zeker te maken met het feit dat de kapel al in 1799 werd afgebroken. Lambin heeft dus deze graven niet kunnen verzamelen. Ten tijde van Joigny de Pamele stond er toen een kapel in Renaissancestijl, die in 1621 was gebouwd. Vermoedelijk zijn vele graven door dit verbouwen verdwenen. Daar er een aparte regeling voor begrafenissen in deze kapel bestond moet het aantal graven ooit vrij aanzienlijk geweest zijn. Beide gekende graven behoren toe aan leden uit hetzelfde gezin. Het ene graf is dat van Jan vande Pitte (+ 5 april 1397) met zijn drie respectieve echtgenotes. 

Onder het andere graf is zijn dochter Marie vande Pitte (+ 14 oktober 1405) begraven. Op basis van de wapenschilden kan men besluiten dat ze uit het derde huwelijk is geboren. Op haar zerk staan het wapen van vande Pitte en een wapen met drie spitsruiten. Dat is ook het wapen van Jorine Kestiaen, derde echtgenote van Jan vande Pitte. Beide graven zijn uit een dure steensoort gemaakt, nl. witte marmer. Het is opvallend dat enkel deze twee graven hier aangegeven zijn. Een tweede merkwaardigheid is dat de overige vande Pittes allen in de St. Jacobskerk zijn begraven. Robeer of Rogier vande Pitte is zelfs de broer van Jan. Een verklaring kan liggen in het feit dat Wouter vande Pitte zowel kerkmeester in St. Jacob als voogd van de H. Geest is geweest.

 

Bladzijde uit het grafschriftenboek van de Sint – Maartenskathedraal 

Ten gevolge van den voortdurende aangroei van die stichting kon men naderhand de weduwen zelfs een huisje bezorgen. Zij ontvingen daarenboven nog jaarlijks 100 takkebossen hout en wekelijks 12 stuivers. Om van deze stichting te kunnen genieten moesten de weduwen den ouderdom van 50 jaar bereikt hebben en burger of dochter zijn van een burger, geboortig van Ieper. In 1770 bedroeg het jaarlijks inkomen van deze liefdadige stichting na aftrek van herstellingskosten, renten, enz. omtrent 2.500 gulden, hetzij nagenoeg 4.530 goudfrank. Met de Franse Omwenteling verdween die instelling. De H. Geestkapel en het meegaande gebouw werden op 8 Oktober 1799 te Brugge verkocht en dadelijk afgebroken.

Tekening uit “Ypriana” van A. Vandenpeereboom 

In de uitgave ‘Ypriana’ uit 1876 van A. Vandenpeereboom lezen we dat de H. Geestkapel ook de kapel der Wevers genoemd werd, doch wij troffen nergens een bewijs aan, dat ze ooit werkelijk dien naam droeg. 

De eigendommen van het Genootschap van den H. Geest gingen aan de Burgerlijke Godshuizen over, die in het vervolg aan deze stichting nog meer uitbreiding gaven. In 1862 beschikte deze over 70 huisjes bewoond door weduwen of ongehuwde vrouwen van ten minste 55 jaar, die wekelijks elk 1,10 fr. kregen en jaarlijks 100 takkebossen brandhout of de waarde er van in kolen. Hedendaags staan er nog menige huisjes van die stichting onder den naam van H. Geest bekend. 

Met de H. Geeststichting schijnt vanaf 1613 de school van den Aermen Catechismus ingericht te zijn geweest, waar alle zon- en heiligdagen van 8 tot 11 u omtrent 300 meisjes kosteloos onderwezen werden in de christelijke lering, alsook in het lezen, schrijven en rekenen. Het onderwijs werd er door een kanunnik, twaalf juffrouwen en hun helpsters gegeven. 

In hoger vernoemd handschrift van Petrus Ramaut vinden we ook volgende tekst: 

ANNO 1515: is binnen Ipre gefondeert, de schole van de Arme Meijskens, door Joanna van Moeren, weduwe van mijn heere François vander Woestijne; het getal was twalve, ende voor elk 18 guldens bij jaere, met een bruin kleedt van seven stuijvers d’elle, met een schoone wooning in de Cramminkstraete, alias Armestraetje of Taertestraetje, welke schole geregeert wiert door 2 voogden.

De arme meisjesschool werd in 1490 gesticht door Joanna Vander Moere, weduwe van Ridder Joos Vander Woestijne. Deze stichting werd door Margaretha van Oostenrijk in 1518 goedgekeurd. Het jaarlijks inkomen ervan bedroeg 3.000 florijnen. Arme meisjes, vooral wezen in de leeftijd van 8 tot 9 jaar, vonden er onderdak. De school stond aan de huidige Sint-Elisabethstraat, toen de Arme Meisjesstraat genoemd. De toelatingsvoorwaarden waren identiek aan die van de Arme Knechtenschool. De knechtenschool werd gesticht door Christiaen Mariaval, een rijke burger uit stad. De inkomsten van deze instelling gingen eveneens naar het onderhoud van de meisjes, de vereffening van de jaarvergoeding aan een regentes, een schooljuffer, een geneesheer, een chirurg en de dienstmeiden. Het beheer van de stichting was toevertrouwd aan een oppervoogd van de pupillenkamer en aan vier rectoren, benoemd door de stedelijke overheid. De oppervoogd en de rectoren stelden een ontvanger aan, de enige die een jaarwedde genoot ten belope van 120 florijnen. 

Dat deze instelling heel wat eigendommen (huizen, landbouwgronden, vijvers, molens) bezat kunnen we opmaken uit een opsomming uit 1736 in het figuratief kaartboek van H. Geestgodshuis uit het O.C.M.W-archief met als titel: “Register ofte terrier mitsgaeders nieuwe belegerijnghe en lantmaete van alle de hofsteden ende landen competeerende aen het Godshuijs van de H. Geest binnen Ypre. Deze lijst bevat kaarten uit Boezinge, Brielen, Reninge, Lo, Ieper, St. Jan, Zillebeke, Hollebeke, Zandvoorde, Voormezele, Vlamertinge, Langemark, Passendale, Rozebeke. 

Gedurende het Ancien Regime was het gebruikelijk dat de overledenen in de onmiddellijke omgeving van de kerk werd begraven. Uit hygiënische overwegingen werd op het einde van de 18de eeuw een einde gemaakt aan dit gebruik. Keizer Jozef II vaardigde op 26 juni 1784 een decreet uit met name "Edict angaende de begrafenissen", waarbij het onder meer het verdwijnen van de kerkhoven uit de stedelijke centra werd opgelegd. Buiten de stadsmuren moesten nieuwe begraafplaatsen worden aangelegd. Dit decreet van Jozef II leidde onder meer tot de oprichting van de oude begraafplaats van Ieper, die pas werd ingewijd op 31 december 1787 door de toenmalige bisschop Carolus Alexander d’Arberg et Vallengin (1785-1801). De eerste begrafenis aldaar vond plaats op 3 juli 1791. 

Wanneer we echter in een register uit archief O.C.M.W. Ieper van ‘Het Arme Meisjesschool’, periode 1776-1876, gaan kijken dan zien we dat er reeds op 2 september 1785 een begrafenis heeft plaatsgevonden op het nieuwe kerkhof. Het verhaal doet de ronde dat een devote vrouw op haar sterfbed de toenmalige pastoor van de Sint-Niklaasparochie had doen beloven te worden begraven rond de Sint-Niklaaskerk. Dit gebeurde, maar 4 weken later werd zij herbegraven op het “nieuwe kerkhof” langs de Zonnebeekseweg. 

Het was pas met het decreet van Napoleon van 12 juni 1804 dat het begraven in de steden definitief een einde nam. Hetzelfde decreet riep ook de individuele begravingen en vergunningen van onbeperkte duur in het leven. Voortaan kon iedereen op een afzonderlijk perceel begraven worden, er een grafmonument oprichten en dit voor onbepaalde duur. Na de bevrijding van de Franse overheersing werden bij soeverein besluit van 24 december 1813 de oude rechten tot begraven in de kerken hersteld. Bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1827 kwam hieraan weer een einde. Het Franse decreet van 1804, zij het met enige wijzigingen, werd opnieuw van kracht. Het begraven in kerken werd vanaf 1 januari 1829 verboden. 

Die instelling vervulde rond 1868 nog een positieve rol. Toen werd ze beheerd door de commissie van de burgerlijke godshuizen. Deze school bestond nog in 1787.

Diploma van de Ieperse “Société Historique, Archéologique et Littéraire de la Ville d’Ypres et de l’ancienne West-Flandre”. Ontwerp gemaakt door François Böhm. Een origineel exemplaar wordt bewaard in het Yper Museum van Ieper. Dit diploma werd voor het eerst uitgereikt aan Alphonse Vandenpeereboom op 1 mei 1861 en aan Victor Hugo tijdens zijn bezoek aan Ieper op 10 oktober 1864. In de rechterbenedenhoek zie je een afbeelding van de Heilige Geestkapel. 

Roland Meulebrouck

 

Tentoonstelling doorlopend te bezoeken van 10 juli t.e.m. 12 september 2021 van 10 u. tot 18 u. in de Sint-Maartenskathedraal (niet tijdens de erediensten) - Bezoek is gratis.

Hits: 1184