Bij het vallen van het blad

Laatst bijgewerkt: zondag 07 november 2021 Gepubliceerd: dinsdag 02 november 2021 Geschreven door Mathias Parret

Wanneer de bladeren neerdwarrelen van de bomen, confronteert de natuur ons met de vergankelijkheid van alle dingen. Zomerkleuren vergaan en de bospaden worden overdekt met gele en later rottende bladeren. De gedachte aan onze eigen dood dringt zich aan ons op. Juist op deze momenten wijst de Kerk ons op het onvergankelijk leven bij God. Zij viert op 1 november het Hoogfeest van Allerheiligen en een dag later op 2 november, met Allerzielen, de gedachtenis voor de overleden gelovigen. Beide dagen horen wezenlijk bij elkaar. Op beide dagen richten we onze blik hoopvol omhoog. En de dag na Allerheiligen en Allerzielen, op 3 november, gedenken wij één van die vele heiligen, Sint-Hubertus en op 6 november Sint-Leonardus – de patroon van Zuidschote – twee levens, één inspiratie in de ban van de Heer, bos en dier. (Foto: ‘Sint-Hubertus in Zillebeke met jaarlijkse broodwijding’)

 

Allerheiligen

is een dag van grote vreugde. “Laat ons hart vol vreugde zijn: wij vieren de feestdag van alle heiligen. Over hen zijn de engelen blij en prijzen zij de Zoon van God.” zo zingt de Kerk bij de intrede van de Eucharistie. In de eerste lezing blikken we in de hemel. “Daar is een grote menigte die niemand tellen kon, uit alle rassen, talen en stammen en volken”, schrijft de auteur van het boek der Openbaring. In de zaligsprekingen wijst Jezus ons de weg naar deze heiligheid. Allerheiligen heeft in de Kerk de oudste papieren. Het feest stamt uit het Oosten. Het was de Frankische keizer Lodewijk de Vrome die in de negende eeuw met instemming van alle bisschoppen bepaalde dat dit feest, waarin alle heiligen werden herdacht, op 1 november in heel zijn rijk gevierd werd. Later werd dit in heel de Katholieke Kerk overgenomen en ingesteld als hoogfeest.

 

Allerzielen

Toch voelden de gelovigen aan dat dit feest niet voldoende was. Immers, niet alle overleden gelovigen zijn heilig. We weten dit, als we eerlijk naar onszelf kijken, maar al te goed. We bidden tot de heiligen maar we bidden voor onze overledenen. Amalarius van Metz, aartsbisschop van Trier en een tijdgenoot van Lodewijk de Vrome, liet op Allerheiligen het getijdengebed van dit feest volgen door het gebed voor alle gelovigen. Het was abt Odilo van Cluny die voor zijn orde in 998 de gedachtenis van Allerzielen instelde op 2 november. Dit heeft zich snel verspreid en werd door de hele Kerk overgenomen. Ook op Allerzielen overheerst de hoop. Op Allerzielen vertrouwen we onze overleden medegelovigen toe aan Gods zorg en bidden we dat Jezus’ lijden, dood en verrijzenis ook aan hen nieuw leven mag schenken. 

We verwijzen graag naar het artikel "Vieringen Allerheiligen en Allerzielen" op deze website voor de diensten in de verschillende kerken voornamelijk op 31 oktober en 1 november en naar het artikel ‘Réveil of de hunker naar eeuwig leven’ .

 

Gebed

God en Vader,
wij mogen ons vandaag
bijzonder verbonden voelen
met zoveel mensen die ons zijn voorgegaan.

Wij gedenken hun leven,
zien weer hun gelaat,
voelen weer hoeveel zij van ons hielden.

Geef ons de moed om in hun spoor
het beste van onszelf te geven
tot wij in U voltooid worden
in tijdloze eeuwigheid.

Manu Verhulst

 

 

Sint-Hubertus

De dag na Allerzielen, op 3 november, gedenkt de Kerk in België de heilige Hubertus (655-727). Hij was de de zoon van de hertog Van Aquitanië. Na een bekeringservaring tijdens de jacht op een Goede Vrijdag – met het bekende verhaal van zijn ontmoeting met een wit hert met een kruis tussen het gewei – bekeerde Hubertus zich, ging in de leer bij de heilige Lambertus en volgde hem na zij dood op als de éénentwintigste bisschop van Maastricht. Hij bracht de bisschopszetel over naar Luik. Vandaar dat er nog steeds een bisschop is in Luik, en niet meer in Maastricht. Hij stierf in 727 en werd 16 jaar later reeds heilig verklaard op 3 november 743. In 825 werden zijn beenderen overgebracht naar een klooster in de Ardennen (Andage nu Sint-Hubert genoemd) waar veel gejaagd werd. In de elfde eeuw werd zijn leven er door de monniken beschreven en in de vijftiende eeuw werd het klooster een groot bedevaartsoord.

Het gebruik van het gezegende Hubertusbrood komt van het verhaal dat hij een kluizenaar genas van hondsdolheid met het geven van brood. Het brood werd later niet enkel gegeven aan de mensen maar eveneens aan dieren tegen hondsdolheid en razernij.

 

“Ik kwam al over Sint-Hubertus zijn graf

Zonder stok of zonder staf.

Kwaden hond sta stille.

Het is Sint-Hubertus' wille.”

 

 

Sint-Leonardus

Leonardus van Noblac was een zoon van een adellijk geslacht aan het hof van koning Clovis, koning van de Franken. Clovis was zelfs de dooppeter van Leonardus. Hij had door zijn familierelaties gemakkelijk een ambt kunnen bekomen aan koninklijk hof, maar Leonardus wou zich helemaal wijden aan het Evangelie. 

Omstreeks 530 trok hij weg om als kluizenaar te leven in de bossen van Limoges in strenge boetvaardigheid en versterving. Hij bouwde daar ook een kapelletje. Zijn grote liefde tot God gaf hij ook door aan anderen, meer bepaald de gevangenen die hij bezocht. Dankzij een privilege dat hem was verleend door koning Clovis, kon hij zelfs de gevangenen vrijheid schenken. 

Steeds meer mensen komen naar de kluizenaar om zijn gebed te vragen Als een lopend vuurtje gaat het nieuws rond over de vele gebedsverhoringen en ook het koninklijk hof krijgt dit te horen. Nu wil het verhaal dat koningin Clothilde een kindje verwacht en de zwangerschap dreigt mis te gaan. De koning stuurt een dienaar naar Leonardus en vraagt hem naar het hof te komen. Eenmaal aangekomen smeekt Clovis zijn kluizenaarsvriend om voor zijn vrouw en kindje te bidden. Het laat zich niet moeilijk raden wat er gebeurt. Er komt een wolk van een baby ter wereld. Clovis wil hem hiervoor belonen met goud en zilver. Maar Leonardus wijst dit af en Clovis geeft hem in Noblac zoveel grond als hij met zijn ezel kan berijden in één dag. Geloof maar dat Leonardus de zweep erop gelegd heeft. Hier laat Leonardus een klooster bouwen dat bekend wordt onder de naam klooster van St.-Léonard van Noblac. Hij stierf daar op 6 november 559. 

De verering van deze heilige man werd verspreid over gans Europa via pelgrims naar Sint-Jacob van Compostella. Hij wordt vereerd als patroon der gevangenen ( in brede zin: ieder mens gevangen in depressies, obsessies, verslavingen, enz.). Hij wordt ook aanroepen door zwangere vrouwen en aanroepen door dierenvrienden en veehouders.

 

“Sint-Leonardus, heilige man

Wil ons vee, de koeien en de ossen

Van ziekten en plagen verlossen.”

 

Tot slot een overzicht van de vieringen rond Sint-Hubertus en Sint-Leonardus

 

Woensdag 3 november 

17.30 u. Sint-Pieter (broodzegening)

 

Zaterdag 6 november

10.00 u. Zuidschote (dierenzegening met broodzegening)

18.00 u. Zillebeke (opgeluisterd door jachthoornensemble Rallye Ypara, met broodzegening)

Hits: 6681