VAKANTIE - Een voorproef van eeuwigheid
Vakantie en Bezinning
Stilvallen, rusten en de leving ontdekken
Een oefening in eeuwigheid en ontmoeting

Het woord ‘vakantie’ is in zijn diepste etymologische wortels verwant aan het woord ‘vacant’, wat eenvoudigweg ‘leeg’ betekent. Toch lijken velen van ons als de dood voor precies die leegte. We vluchten voor de onbeschreven bladzijde van onze agenda uit een soort existentiële ‘horror vacui’, angst voor het niets. En dus proppen we onze schaarse vrije dagen vol, gedreven door de vrees om ook maar iets te missen, de zogenaamde ‘fear of missing out’. We hollen van het ene museum naar de andere attractie, in de waan dat een dag waarop niets bezocht is, een dag is die we niet echt geleefd hebben. Maar de ware vakantie nodigt ons juist uit om de leegte met open armen te ontvangen als een gewijde ruimte. Want nergens klinkt de stem van het ondoorgrondelijke mysterie zo helder als in de stilte van een ongevulde dag.
Een Oefening in Eeuwigheid, Geen Beloning
Al te vaak dragen we een juk van innerlijke onrust en schuldgevoel met ons mee wanneer we het werk tijdelijk neerleggen. We hebben onszelf wijsgemaakt dat rust iets is dat we eerst streng moeten verdienen, een soort trofee na een periode van plichtsgetrouwe arbeid. Zelfs in onze vrije tijd eist de dwingende logica van onophoudelijke bereikbaarheid haar tol. Wie voortdurend e-mails leest en elke melding beantwoordt, ontzegt de eigen ziel de kans op werkelijke overgave en ontspanning. Onze moderne zucht naar efficiëntie fluistert ons bovendien in dat we slechts mogen rusten om de batterijen op te laden, met als enige doel om nadien nóg productiever in het arbeidsproces te stappen.
Maar het ritme van de menselijke ziel weigert die kille, instrumentele benadering. Augustinus, een groot kerkvader en zoeker uit de vijfde eeuw, wist dit al: hij sprak over de ware ontspanning als een heilige rust, het otium sanctum, gedreven door de liefde voor de waarheid. Rust is niet de uitgestelde beloning aan het eind van een wedstrijd, en evenmin een springplank naar nog harder werken. Het is de fundamentele toestand waarin wij ten volle mens mogen worden. Onze diep gewortelde rusteloosheid wordt immers niet genezen door simpelweg twee weken in de zon te liggen, maar door ons hart te richten op Degene in wie het werkelijk vrede vindt.
In deze vrije tijd, die we uitdrukkelijk onttrekken aan het nuttigheidsdenken, oefenen we ons eigenlijk al een beetje in de eeuwigheid. Zulke ordeloze momenten — een doelloze wandeling in de namiddag, een maaltijd die gedachteloos lang uitgesponnen wordt, of de uren waarin volkomen niets ‘moet’ — zijn geen verspilde tijd, maar juist de meest waardevolle uren omdat ze het pure nut overstijgen. We moeten de kunst van het vertragen herontdekken. Domweg op een terras zitten of urenlang een boek lezen zonder één enkele blik op de klok te werpen, is een luxe die we veel te vaak over het hoofd zien.
Lezen in het Grote Boek van de Schepping
Wanneer we het jachtige tempo en het dwangmatige presteren loslaten, krijgen we plots weer ogen om de werkelijkheid te zien. De overweldigende natuur is altijd open, altijd nieuw en altijd mooi. Ze wekt ons uit onze sluimer en nodigt ons uit tot een diepe verwondering, waardoor we opnieuw oog krijgen voor de majesteit van Gods schepping. De schepping mag worden beschouwd als ‘het grote boek van God’, waarin we, ver weg van de drukkende stadsomgeving, de stilte kunnen proeven en de Schepper zelf kunnen ontmoeten. Het aanschouwen van bergtoppen, de weidse zee of een uitgestrekte sterrenhemel is allerminst een passieve bezigheid.
Bij het liefdevol en aandachtig waarnemen van de natuur herontdekken wij onze eigen bescheiden, maar schitterende plaats in het grote geheel. Het herstelt het delicate en broodnodige evenwicht in de mens: de harmonie met onszelf, met de mensen om ons heen en met de aarde waarop wij gast mogen zijn.
Daarbij moeten we wel de moed hebben om de onvolmaakte werkelijkheid te verkiezen boven het perfect gepolijste plaatje dat ons via sociale media wordt opgedrongen. De diepste ervaringen en de oprechte verwondering laten zich immers zelden in één vlekkeloze foto vangen. En we hoeven beslist niet altijd verre of exotische reizen te ondernemen om deze innerlijke verrijking te vinden. Soms schuilt de meest onverwachte schoonheid vlakbij, in een tot nog toe onbekend wandelpad in de buurt, een lokaal museum, of de verrassende rust van een nabijgelegen park.
Als we dan toch de wijde wereld intrekken, laat dat reizen dan gekenmerkt zijn door een diep respect; duurzaam en bewust omgaan met de kwetsbare natuur, het erfgoed en de lokale gemeenschappen is een spirituele opdracht van verbondenheid die niet gebonden is aan de prijs van een vliegticket.
Genade en Kosteloosheid van de Ontmoeting
Vakantie mag in geen geval ontaarden in een excuus voor onversneden zelfzucht of vluchtig, oppervlakkig vermaak. Integendeel, de zomer is een uiterst bevoorrechte tijd om met nieuwe toewijding stil te staan bij de ander. In het jachtige bestaan vol verplichtingen, school en werk, schieten echte, onbevangen gesprekken er immers maar al te vaak bij in. Nu is er de welkome ademruimte om relaties te voeden, om samen zonder haast de maaltijd te delen en aandachtig naar elkaars levensverhaal te luisteren.
De toeristische commercie wil ons maar al te graag doen geloven dat geluk een koopwaar is, maar de meest fundamentele en mooiste ontmoetingen — of dat nu met God, met de schepping of met onze naaste is — zijn radicaal en onvoorwaardelijk gratis. Zomerse dagen nodigen ons uit tot die eenvoudige, onbetaalbare gebaren van liefde, zoals het bieden van een oprecht luisterend oor en het zorgdragen voor elkaar.
Die spirituele openheid naar de ander strekt zich ook uit naar hen die niet het voorrecht hebben om de koffers te pakken. Een zomerse rustperiode krijgt pas haar waarachtige betekenis als we ook welbewust ruimte en aandacht bewaren voor de zieken, de eenzamen, de ouderen en de mensen die door financiële of andere beperkingen simpelweg moeten thuisblijven of doorwerken.
Vakantie is absoluut geen wedloop of competitie in het dwangmatig afvinken van bezochte landen of het registreren van afgelegde kilometers. Het gaat er ten diepste om welke warme herinneringen, onverwachte ontmoetingen en momenten van oprechte verbondenheid we in onze ziel verankeren.
Thuiskomen in de Ziel
De ultieme en meest uitdagende pelgrimstocht van elke zomer is ontegenzeggelijk de reis naar binnen. Ons innerlijk leven is maar al te vaak een rumoerige marktplaats, overstemd door de vermoeiende echo's van gisteren en de zorgen voor morgen. Maar ten diepste dragen wij in onszelf een uitgestrekt, stil paleis, een sacrale ruimte waar God reeds in alle onopvallendheid aanwezig is en op ons wacht.
Maar al te vaak zijn wijzelf chronisch naar buiten gekeerd en dwalen we rond in de waan van de dag, terwijl Hij geduldig binnenin verblijft. De zomer, met haar lange avonden en trage ritme, geeft ons als seizoen bij uitstek de kans om de tablet en het scherm terzijde te leggen en die innerlijke heiligdommen opnieuw te betreden. Laat de stilte geen vacuüm zijn dat we angstig moeten vullen, maar een volheid die we mogen inademen.
Niet voor niets sprak Jezus tot zijn leerlingen de bevrijdende woorden:
“Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.”
Deze uitnodiging om een ‘stukje woestijn aan de rand’ op te zoeken, moeten wij met beide handen aangrijpen. Niet om daar onze eigen stem of het kabaal van onze gedachten te beluisteren, maar om ontvankelijk te worden voor de stem van God, de stem die louter en alleen stilte is.
In dat roerloze wachten, volkomen ontdaan van elke dwang om te presteren of iets noemenswaardigs mee te maken, kan onze ziel als herboren worden. Het eerste wat we ons bij aanvang van een heilige zomer dus moeten afvragen is niet zozeer ‘wat gaan we doen?’, maar veeleer ‘wat staan we onszelf toe om in genade te ontvangen?’
Wanneer de herfst dan haar intrede doet en we gehoorzaam terugkeren naar de vertrouwde plichten van ons dagelijks leven, hoeft de genade van die vakantie niet bruusk te eindigen. Het is de ware levenskunst om iets van die herwonnen vrede, die nieuwe gezonde gewoonte of dat inzicht over de onschatbare waarde van vriendschap en kalmte, als een onzichtbaar maar levend souvenir mee naar huis te nemen.
