GROENHOVE TORHOUT: ADEM-TOCHT DIOCESANE BEZINNIGSDAG: Hoop als nachtvogel

Er zijn mensen die, zonder het zelf te zoeken, uitgroeien tot een teken.
Niet omdat hun leven gemakkelijk was, maar omdat zij midden in kwetsbaarheid iets zichtbaar maken van kracht, vertrouwen en hoop.
Zo iemand was Jane Marczewski, beter bekend als Nightbirde.
Haar verhaal stond centraal in de conferentie van Piet Raes,
bisschoppelijk gedelegeerde voor vorming, catechese en gezinspastoraal in het bisdom Brugge.
Het werd geen lezing over ziekte, al speelde ziekte een grote rol.
Het werd vooral een bezinning over hoop: menselijke hoop, absolute hoop en christelijke hoop.
Wat betekent het om hoopvol te blijven wanneer het donker wordt?
En hoe kunnen christenen vandaag 'hoopverleners' zijn?
Jane werd wereldwijd bekend door haar deelname aan 'America's Got Talent',
waar ze onder de naam Nightbirde haar zelfgeschreven lied "It's Okay" bracht.
Op het podium stond een jonge vrouw met een fragiel lichaam maar een ontwapenende glimlach.
Ze was zwaar ziek, de kanker had zich verspreid naar haar longen, lever en ruggengraat.
Toen een jurylid haar vroeg of ze wel echt oké was, antwoordde ze:
"Niet in alle opzichten. Maar ik ben zoveel meer dan de slechte dingen die mij overkomen."
Die zin raakte miljoenen mensen.
Jane ontkende haar lijden niet, maar liet zich er ook niet volledig door bepalen.
Ze was ziek, maar ze was niet haar ziekte.
Juist die combinatie van broosheid en innerlijke kracht maakte haar tot een wereldwijd symbool.
"It's Okay": geen goedkope geruststelling
De titel van haar lied klinkt eenvoudig: "It's Okay".
Maar in de context van haar leven krijgt die zin een diepe betekenis.
"Het is oké" betekent niet dat alles gemakkelijk is of vanzelf goed komt.
Het betekent: ook als ik mij verloren voel, ook als het leven donker wordt, mag ik bestaan.
Verloren zijn is geen nederlaag, maar een menselijke ervaring.
Hier ligt een belangrijk onderscheid: hoop is niet hetzelfde als oppervlakkig optimisme.
Optimisme zegt gemakkelijk: "Het komt wel goed."
Hoop durft ook te zeggen:
"Ik weet niet of het goed komt zoals ik verlang, maar toch ben ik bemind, gedragen en niet alleen."
De nachtvogel als beeld van hoop
Jane koos als artiestennaam Nightbirde, nachtvogel.
Ze vertelde dat ze ooit droomde dat het midden in de nacht was en dat ze vogels hoorde zingen alsof de dag al begonnen was.
Toen ze wakker werd, hoorde ze werkelijk een vogel zingen in de duisternis.
Voor haar werd dat een beeld van hoop:
Hoop is de vogel die zingt,
ook al is er van het licht
nog geen spoor.
De nachtvogel zingt niet omdat het al licht is. Hij zingt omdat hij vertrouwt dat het licht zal komen.
Hoop is dus niet afhankelijk van zichtbare bewijzen.
Hoop is zingen naar het licht toe, terwijl het nog nacht is.
Dat beeld sluit nauw aan bij de christelijke traditie.
In de psalmen kijken wachters uit naar de morgen. In de advent zingen gelovigen:
"Kom, o Heer, en wacht niet langer."
Ook dat is het lied van de nachtvogel: zingen in de duisternis, vertrouwen dat de nacht niet het laatste woord heeft.
Rebelse hoop
De familie van Jane omschreef haar als iemand met 'rebellious hope', rebelse hoop.
Hoop is hier geen passief afwachten, maar een vorm van verzet.
Rebelse hoop zegt: ik laat mij niet volledig bepalen door angst; ik laat het duister niet het laatste woord hebben;
ik weiger te geloven dat ziekte, lijden of dood mijn hele identiteit bepalen.
Piet Raes verbond die rebelse hoop met Jane's lievelingslied "You Get What You Give" van New Radicals.
Daar klinkt "Don't give up ...You've got the music in you."
Het is de overtuiging dat er in elke mens iets leeft dat sterker is dan wanhoop:
een stem, een innerlijke waardigheid die blijft, zelfs als alles donker wordt.
Hoop en houvast
Een belangrijk onderscheid in de conferentie was dat tussen gewone hoop en diepere, absolute hoop.
Gewone hoop is verbonden met verwachtingen: ik hoop dat het mooi weer wordt, dat mijn kinderen slagen.
Maar er zijn momenten waarop die redenen wegvallen,
wanneer iemand ernstig ziek wordt, een relatie breekt, eenzaamheid het leven overschaduwt.
Dan zegt een mens niet alleen "ik hoop dat dit of dat gebeurt", maar: "Ik leef op hoop."
Het houvast verschuift: een mens klampt zich niet meer vast aan plannen, maar aan iemand.
Van houvast naar "hou mij vast"
Een van de sterkste inzichten uit de conferentie is deze verschuiving:
Hoop gaat van houvast naar: hou mij vast.
Wanneer het leven onzeker wordt, zoeken mensen nabijheid, iemand die blijft.
Piet Raes gaf daarbij het voorbeeld van een leerling die zei: "Ik ben mijn geloof in mezelf kwijt."
De leraar antwoordde:
"Dan zullen wij
in jou blijven geloven
tot jij je geloof
in jezelf terugvindt."
Dat is absolute hoop: iemand draagt mee wanneer je jezelf niet meer kunt dragen.
Ook Jane ervoer dat: ze verloor veel door haar ziekte, maar ontdekte tegelijk een diepe liefde.
Mensen brachten eten, hielpen in huis, stuurden pakjes, baden voor haar.
Ze voelde zich bemind, niet omdat alles werd opgelost, maar omdat zij niet alleen werd gelaten.
God als degene die nabij komt
Vanuit die menselijke ervaring maakte Piet Raes de overgang naar de christelijke hoop.
Jane was diep gelovig, maar haar geloof was geen eenvoudig antwoord.
Ze kende boosheid, twijfel en protest.
In een van haar teksten beschrijft ze zichzelf als de onderbuur van God,
die met een bezemsteel tegen het plafond bonkt om Hem wakker te maken.
Dat beeld is speels, eerlijk en bijbels, verwant aan de psalmen waarin mensen roepen en klagen.
Jane vroeg zich af: waarom ik? Waar is God in mijn lijden?
Maar midden in dat zoeken ontdekte ze iets wezenlijks: God is niet in de eerste plaats degene die alle pijn wegneemt.
God is degene die nabij komt in de pijn.
Piet Raes verwoordde dat met een kernzin:
God is geen wegnemer, maar een toevoeger.
God neemt niet altijd de duisternis weg, maar voegt licht toe.
Hij neemt niet altijd de eenzaamheid weg, maar komt dichtbij.
De God van de Bijbel blijft niet op afstand.
Hij beweegt zich naar de leegte, naar de chaos, naar de gebrokenheid.
De Geest beweegt naar de leegte
Een sterk bijbels beeld kwam uit het scheppingsverhaal.
In Genesis zweeft de Geest van God over de woeste, lege wateren.
Jane las dat als een hoopvolle beweging: als Gods Geest zich naar de leegte beweegt, betekent mijn leegte niet dat God afwezig is.
Misschien is mijn leegte juist de plaats waar God dichterbij komt.
Dat keert ons spontane denken om: juist waar leegte en duisternis zijn, beweegt Gods Geest naartoe.
God zoekt wat verloren is en nadert wie gebroken is.
Christelijke hoop en verrijzenis
De diepste grond van christelijke hoop ligt in de verrijzenis.
De dood blijft een breuk, een afscheid, een wonde, maar christelijke hoop zegt: de liefde is sterker dan de dood.
Liefde is in wezen nabijheid, en de dood maakt die nabijheid onmogelijk op de manier die wij kennen.
Maar de verrijzenis zegt: Christus leeft.
En in Hem mogen ook wij hopen dat wat in liefde geleefd werd, niet verloren gaat, dat we elkaar terugzien, geheeld en voltooid.
Christelijke hoop is geen theorie over later, maar een vertrouwen dat nu al kracht geeft:
wij komen van Iemand, zijn geroepen tot samenzijn, en gaan naar Iemand toe.
Hoopverleners in deze tijd
Aan het einde kwam de vraag naar voren wat christenen vandaag kunnen betekenen.
Het mooie woord 'hoopverleners' werd gebruikt, niet alleen hulpverleners, maar hoopverleners.
Hoop verlenen betekent niet dat we voor alles een oplossing hebben.
Het betekent dat we mensen niet loslaten.
Hoopverleners luisteren, blijven nabij, bezingen het licht wanneer het donker is,
en blijven in mensen geloven tot zij opnieuw in zichzelf kunnen geloven.
Voor geloofsgemeenschappen zoals Ademtocht-kringen ligt daar een roeping:
plekken zijn waar mensen op adem komen, waar vriendschap, vertrouwen en gesprek samenkomen,
en waar men samen zoekt naar diepte en hoop.
Zingen voor het licht zichtbaar is
Het verhaal van Jane Marczewski/Nightbirde blijft raken omdat het niet vertrekt vanuit perfectie, maar vanuit broosheid.
Zij was geen symbool van hoop omdat ze alles overwon in de gewone betekenis van het woord.
Ze is jong gestorven. En toch blijft haar getuigenis spreken.
Ze leerde dat hoop niet betekent dat er geen duisternis is. Hoop betekent dat de duisternis niet het laatste woord krijgt.
Zoals de nachtvogel zingt in de nacht, zo mogen mensen vanuit hun geloof zingen vóór het licht zichtbaar is.
Niet omdat ze alles begrijpen, maar omdat ze vertrouwen dat het licht komt, dat liefde blijft en dat God nabij is.
Hits: 422Het is oké
om soms verloren te zijn.
Want we zijn niet alleen.
We worden vastgehouden.
En het licht zal komen.
