ADEM-TOCHT - SPIRITUALITEIT: Goddelijk onvolmaakt - Een andere kijk op Jezus

Laatst bijgewerkt: zaterdag 14 februari 2026 Gepubliceerd: maandag 28 april 2025 Geschreven door Lode Caes

(Afbeelding Pieter Aertsen: De kruisiging, ca 1550. Mauritshuis, Den Haag)

Vraag een geneesheer naar volmaaktheid en hij spreekt over vitaliteit. Een kleuterjuf denkt aan geduld, een monnik aan overgave en een politicus aan rechtvaardigheid. Zelfs morele deugden als eerlijkheid, trouw, barmhartigheid krijgen in de mond van een Poetin of een Trump een heel andere lading. Ieder mens zoekt het volmaakte in de spiegel van zijn eigen verlangens. Maar wat zien we daarin? Een projectie van onszelf en een verlangen naar heelheid.

(Verwerking van het Adem-Tochtthema voor april: Jezus van Nazareth, volmaakte mens?

Een artikel van Peter Schmidt.)

Info: Diaken Lode Caes

Zo onderging Jezus van Nazareth het lot van een spiegel. Keizers zagen in hem een koning, bedelaars een bevrijder. De theologie maakte van hem een marmeren heilige. Maar wie was hij werkelijk?

Sinds de Verlichting (18e eeuw) graven historici naar de 'echte' Jezus. Ze vonden geen goddelijke acteur maar een timmerman uit Nazareth. Een mens die leerde lopen, praten, werken en twijfelen. Een mens die botste met farizeeën en die eerst aarzelde of hij wel een heidense vrouw zou helpen, woedend werd in de tempel en at met wie de wereld verachtte.

Toch bleef die zoektocht moeizaam. Zelfs kritische geleerden zoals Charles Perrot erkenden: “De historische Jezus draagt de trekken van zijn onderzoeker.” Voor de één komt hij naar voor als een verlichtingsdenker, voor een ander als een romanticus, een puritein of een revolutionair. Alsof Jezus een kameleon is, altijd aangepast aan de geest van de tijd.

Ook de evangelies verschaffen geen duidelijkheid over de historische Jezus. De evangelies zijn geen journalistieke verslagen. Ze ontstonden 40-70 jaar na Jezus’ dood, geschreven door bewonderaars, door mensen die geraakt waren door een levende aanwezigheid vanuit het Paasmysterie. Het Johannesevangelie bijvoorbeeld, is geen verslag, maar een meditatie: “In het begin was het Woord…” (Johannes 1:1).

Wat blijft er dan over?

Een handvol scènes:

- Zijn omgang met tollenaars (Lucas 5:27-32): Hij at en dronk met wie de wereld verstootte, niet als asceet, maar als vriend van het leven.

- De tempelreiniging (Johannes 2:13-17): Een profetisch gebaar, ja maar ook een menselijke uitbarsting van gerechtvaardige woede.

- De Syro-Fenicische vrouw (Marcus 7:24-30): Jezus’ aanvankelijke weigering toont geen goddelijke alwetendheid, maar een leerproces.

Wat kunnen we leren uit deze teksten? Niet hoe Jezus eruitzag of wat hij precies zei, maar hoe hij liefhad. In de ontmoeting met de Syro-Fenicische vrouw zien we geen onfeilbare godheid, maar een mens die zijn hart laat verbreden. Haar geloof raakt hem – en hij verandert van gedachten. Hier schittert een les voor ons allemaal: volmaaktheid is geen starheid, maar openheid voor groei.

Jezus was geen diplomatiek figuur. Hij botste met religieuze leiders, relativeerde familiebanden (“Mijn moeder en broers zijn wie Gods wil doen”, Marcus 3:35) en koos voor een nomadisch bestaan. Hij at met tollenaars, liet zich onderhouden door vrouwen (Lucas 8:1-3), weigerde zich aan regels te houden die liefde in de weg stonden en stierf als een marginale jood aan een kruis.

De Kerk belijdt: Jezus was “in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde” (Hebreeën 4:15). Maar wat is zonde? Niet menselijke beperkingen – falen, twijfel, woede – maar de bewuste afwijzing van liefde.

Jezus’ volmaaktheid lag niet in ascetische perfectie, maar in het onvermoeibaar omarmen van Gods gebod: “Heb de Heer lief bovenal, en je naaste als jezelf” (Marcus 12:30-31).

Was hij volmaakt? Niet in de zin van foutloos. Maar wel in zijn radicale ja tegen liefde. Toen hij zei “Vader, vergeef het hun” (Lucas 23:34), openbaarde zich een volmaaktheid die kwetsbaarheid omarmt – een daad van solidariteit met alle gebrokenheid.

Hoe volgen we Jezus vandaag? Niet door hem na te apen maar door zijn liefde in ons eigen leven een plaats te geven. Jezus’ weg is geen blauwdruk, maar een kompas:

- Leef met aandacht: Zoals hij de bloemen op het veld observeerde (Matteüs 6:28).

- Omarm conflict: Niet uit haat, maar om waarheid te dienen.

- Wees barmhartig: “Zalig de barmhartigen…” (Matteüs 5:7).

- Relativeer macht: Hij koos geen paleis, maar een kruis.

- Heb oog voor de rand: Zoals hij deed bij tollenaars en zieken.

 

Jezus van Nazareth was geen superheld, maar een mens die God in het gewone openbaarde. Zijn volmaaktheid lag niet in het ontvluchten van menselijkheid, maar in het heiligen ervan.

Laten we daarom ophouden hem te meten aan onze idealen. In plaats daarvan nodigt hij ons uit: “Kom, volg Mij”, niet naar een hoogte van perfectie, maar naar de diepte van ons eigen hart, waar liefde en beperking elkaar omhelzen.

 

 

God van liefde,

U die uw Zoon naar ons zond,

niet als een onbereikbaar ideaal,

maar als een mens

van vlees en bloed,

die leerde lopen,

werken en twijfelen -

dank U

voor deze radicale nabijheid.

 

Jezus,broederopdeweg,

Geef ons de kracht om,

zoals U, te breken

met wat mensen klein houdt:

tradities die verdeeldheid zaaien,

systemen die uitbuiten,

angst die ons verlamt.

 

Maak ons lastig waar het moet,

en zacht waar het kan.

Help ons te aanvaarden

dat wij, net als U,

niet alles kunnen dragen,

niet alles kunnen weten,

niet iedereen kunnen redden -

maar wel, elke dag opnieuw,

kunnen kiezen voor liefde

die grenzen overschrijdt.

 

En wanneer wij falen,

herinner ons dan aan uw woorden:

niet “Wees volmaakt,”

maar “Volg Mij.”

Want uw weg

is geen route naar onfeilbaarheid,

maar een uitgestoken hand

naar de gebrokenen, de twijfelaars,

en hen die durven te leven

met open handen

en een onrustig hart.

 

Amen.

Hits: 2770