WEES NIET BANG! Kerst en corona

Laatst bijgewerkt: donderdag 20 januari 2022 Gepubliceerd: woensdag 05 januari 2022 Geschreven door Lode Caes

Op Kerstmis vierden we dat Gods liefde concreet gestalte aanneemt in de wereld. Gedurende de advent bereidden we ons vier weken lang voor op dit feest dat naar de kern van ons geloof gaat. Elke week gaven de lezingen uit de zondagsviering ons goede raad mee over wat er nodig is om Gods liefde ook vandaag in ons geboren te laten worden. In de schier uitzichtloze coronacrisis die we vandaag beleven, blijken deze raadgevingen bijzonder actueel. (Afbeelding © Stephan Wusowski-Pixabay)

Inspirerende figuren

De raadgevingen werden ons aangereikt door inspirerende figuren uit onze traditie. We begonnen op de eerste adventszondag met de oudtestamentische profeten die spreken over een nieuw verbond. Zij moedigen ons aan om ons geloof in de toekomst niet te verliezen, zelfs in de meest duistere omstandigheden. ‘Wees waakzaam’ luidde de goede raad van die zondag: als we geen oog hebben voor de kleine sporen van Gods aanwezigheid in onze wereld, dan kunnen we Gods liefde onmogelijk werkelijkheid laten worden.

De tweede adventszondag richtte onze blik op Johannes de Doper met de raad ‘bekeer je’. Als een stem in de woestijn roept hij ons in alle radicaliteit op om afstand te nemen van onze gerichtheid op onszelf en ons verlangen naar steeds meer, en zo in ons hart ruimte te maken voor Gods liefde.

De derde zondag wordt traditioneel ‘Gaudete’ genoemd, naar de raad die de apostel Paulus ons geeft in zijn brief aan de inwoners van Filippi: ‘wees blij’. Het wonder van de liefde die onder ons wil wonen, is immers een vreugdevolle, blijde boodschap!

Op de laatste zondag van de advent staat dan de figuur van Maria centraal: een eenvoudige vrouw die bereid is om haar eigen plannen opzij te zetten om te doen wat nodig is om Gods rijk mogelijk te maken. Op de vraag of Gods liefde in haar geboren mag worden, antwoordt zij nederig: ‘hier ben ik’.

Actuele raadgevingen

Nu de vijfde coronagolf eraan komt nog voor de vierde is gaan liggen, vormen deze vier raadgevingen nog steeds een richtsnoer voor hoe wij ruimte kunnen maken voor Gods aanwezigheid onder ons. Het is een uitdaging om in deze duistere tijd waakzaam te blijven voor de kleine vonkjes van licht, warmte en hoop die ondanks alles nog steeds mogelijk zijn. Nu we eens te meer teruggeworpen worden op onszelf en onze kleine kring, is de verleiding groot om ons op te sluiten in ons comfortabele bestaan – maar dan roept Johannes ons op om afstand te nemen van die gerichtheid op onszelf en oog te blijven hebben voor de noden van anderen. De onvoorspelbaarheid van het coronavirus geeft natuurlijk weinig aanleiding tot vrolijkheid, maar dat neemt niet weg dat er nog altijd meer dan genoeg redenen tot vreugde zijn: een eenvoudig gebaar, een vriendelijk woord, de menselijke warmte die we dankzij onze creativiteit met elkaar kunnen delen. Tot slot worden wij ook vandaag geroepen om dienstbaar te zijn, in het bijzonder voor wie getroffen werd door corona of gebukt gaat onder de gevolgen van de coronacrisis. Durven wij, net als Maria, nederig ‘hier ben ik’ te zeggen wanneer God ons door hun ogen aankijkt?

Duistere achtergrond

Op Kerstmis zelf voegen de lezingen van de verschillende vieringen hier nog een vijfde goede raad aan toe: ‘wees niet bang!’. Dat zijn de woorden die een engel tot Jozef spreekt in het evangelie aan de vooravond van Kerstmis: volgens Matteüs overweegt Jozef om in stilte van Maria weg te gaan, maar de engel moedigt hem aan om voor haar en het kind te zorgen. Precies diezelfde woorden spreken de engelen volgens Lucas tot de herders in het evangelielezing van de middernachtmis. Deze vijfde raad vormt voor ons vandaag wellicht de grootste uitdaging, nu het coronavirus al onze toekomstplannen op losse schroeven zet. De twijfels over wat komen gaat, kunnen ons zo verlammen dat we geen enkel initiatief meer nemen en verglijden in een slaap voor wat echt van tel is in het leven.

Net op dat moment worden wij net als de herders op weg gestuurd om in de duisternis die over de wereld ligt op zoek te gaan waar Gods liefde bij ons geboren wordt. Die duisternis vormt een wezenlijk element van Kerstmis: achter de blije gezichten in de kerststal gaat de ontgoocheling schuil dat voor dit kind geen plaats was in het gastenverblijf. Gods liefde krijgt gestalte op een plek die niet in de schijnwerpers staat: niet in het paleis van de keizer, maar in het open veld in een onbetekenend dorp, in een voerbak die bestemd is voor de beesten. Het is tegen die duistere achtergrond dat Gods licht zichtbaar wordt.

Geloven dat het woord ook vandaag vlees kan worden – zoals Johannes het beschrijft in de proloog van zijn evangelie die we op Kerstmis zelf lezen – houdt in dat wij ons niet blindstaren op de opdoffers die wij in onze tijd te verwerken krijgen. We worden aangemoedigd om op zoek te gaan naar die mensen die klein en weerloos zijn als een kind, in wiens ogen we Gods liefde herkennen. Door tot hen ‘hier ben ik’ te zeggen, maken we het mogelijk dat Gods liefde onder ons geboren wordt.

Bovenstaande tekst is een bewerking van de homilie die Hans Debel uitsprak tijdens enkele kerstvieringen in onze Pastorale Eenheid.

Hits: 692