De Kerk is fantastisch !

Laatst bijgewerkt: maandag 26 april 2021 Gepubliceerd: donderdag 15 april 2021 Geschreven door Lode Caes

In een peiling in 2018 naar vertrouwen in instituties, bungelde de Kerk met nauwelijks 11 procent helemaal onderaan het lijstje. Als je de Kerk genegen bent, behoor je net als kerkjurist Rik Torfs tot dat kleine kransje, en al helemaal als je met hem zoals in zijn boekje ‘De Kerk is fantastisch’ de loftrompet over de Kerk steekt. Daarin bezingt hij in acht coupletten de luister van de rooms-katholieke Kerk: haar gebouwen, haar geloof in de verrijzenis, haar functie als veldhospitaal en oase, een plek van schoonheid en humor, een pleisterplaats voor (on)gelovigen en … een oord van verrotting, ook dat laatste beschouwt hij als iets positiefs. Torfs benoemt expliciet het kwaad in de Kerk, maar hoedt zich voor een genadeloze kritiek op het instituut. Kerk en geloof zijn voor hem geen synoniemen, en de wandaden van geestelijken of mede-gelovigen hebben zijn geloof dus niet aangetast. Maar juist in haar onvolmaaktheid ziet hij iets fantastisch, die liefde kan opwekken. ‘Gebreken maken de geliefde tot wie hij of zij is.’ en ‘Enkel in de Kerk kun je nog in alle rust onvolmaakt zijn zonder hypocriet te zijn.’

 

Liefde voor het Kerkgebouw

Dat kan het allereerste eerste zijn waaraan je denkt als je het over Kerk hebt. Het is een plaats waar een, weliswaar slinkende, gelovige gemeenschap samen komt om liturgie te vieren. Maar het is meer dan dat, het gebouw zelf heeft zijn eigen betekenis als een lege ruimte waar je als mens – gelovig of niet – binnentreedt, en je iets kunt ervaren van wat je overstijgt, een dimensie van ‘schitterende nutteloosheid’, die heilzaam kan werken.

Torfs pleit daarom hartstochtelijk dat kerken elke dag open zijn. Bezoekers kunnen er op gelijk welk moment binnengaan, gewoon om er te zijn. Ook om er te bidden, mochten ze dat willen. Een kerk moet een kerk blijven als een ultieme pleisterplaats voor alle uitingen van geloof en ongeloof. Zonder van mensen iets te eisen, zonder iets te vragen, zelfs zonder stil verlangen naar een ontluikend geloof. Daarom moeten in een kerk ook niet-religieuze activiteiten mogelijk zijn, ten bate van iedereen.

De Kerk als verrotting

Een eerder merkwaardige gedachte. Maar een die heel troostend kan zijn omdat ze een plaats geeft aan de ontgoocheling en de pijn die we aan het instituut, zijn bedienaars en mede-gelovigen oplopen. Het kan immers de humus zijn voor vernieuwing. De Franse jezuïet wijlen Michel de Certeau (1925-1986) schreef dat verrotting zelfs noodzakelijk is om het geloof te voeden. In ‘Non, je ne regrette rien’, gedraaid op zijn eigen uitvaart, zingt Edith Piaf: ‘Je repars à zéro’, ik begin van nul af aan. Het doet denken aan de zinsnede ‘Verheug u, puinen van Jeruzalem, want de Heer heeft zijn volk getroost (Jesaja 52,9)’.

De Kerk kende door de eeuwen heen veel dieptepunten, maar ging nooit geheel tenonder en herpakte zich keer op keer. Het zal ook niet ophouden na het seksueel misbruik. Als de Kerk ruiterlijk deze wandaden bekent en iets doet aan haar autocratische structuur, die meer dan het celibaat oorzaak is van het misbruik, zou ze een nieuwe start kunnen maken. Om zoals Petrus en Paulus de Kerk weer vanaf de eerste steen op te bouwen.

De Kerk voor de ongelovigen

Gelovig zijn is geen voorwaarde om je in de Kerk toch thuis te voelen. Je geloof verliezen is geen reden om de deur gewezen te worden. De Kerk verwacht van de mens geen volmaaktheid, een groot pluspunt toch in een tijd waarin alles perfect moet zijn. Veel mensen zijn in feite ongelovig geworden vanuit een overdreven geloof, omdat ze de Kerk zo belangrijk vonden dat ze haar zwakheden niet konden tolereren. Het is beter te accepteren dat de Kerk faalt, dat de sublieme boodschap van het evangelie niet zomaar naadloos in te passen is in noodzakelijke dragende en voedende structuren. Maar het zou wel erg zijn als ze geen moeite meer zou doen om het beter te doen. Maar dan nog krijg je geen volmaakte Kerk en dat geeft toch enige gemoedsrust. Ook Jezus vraagt vraagt geen perfectie. Zo handelt ook de barmhartige Samaritaan enkel naar best vermogen.

De vandaag de dag breed, gedeelde gedachte van ‘yolo’ (you only live once) is vrij dwingend. Dat steeds maar weer ‘moeten’ genieten biedt weinig of geen ruimte voor obstakels. Voor mensen die zijn geobsedeerd door persoonlijk geluk, zou de Kerk echt een uitstekende plaats kunnen zijn waar de bedding van het geloof een uitkomst kan bieden, waarin de wisselvalligheden van het leven een plaats kunnen krijgen.

De Kerk als oase

In het verleden probeerde de Kerk iedereen volmaaktheid op te leggen en was de samenleving wat lakser. Nu eist de samenleving morele perfectie, is er op veel gebiedeb vaak nul-tolerantie en kunnen al die ‘onvolmaakten’ even op adem komen in de Kerk. Zo wordt de Kerk een vrijplaats, een oase. Je hebt geen bewijs van goed gedrag nodig, je bent welkom.

De Kerk is door de eeuwen heen steeds een vrijplaats geweest om je terug te trekken. Een plek voor een time-out als het allemaal te veel wordt. Wat vandaag weer actueel is voor mensen die hier uitgeschud en hopeloos zijn aangespoeld. Het kerkasiel, dat elk mens zonder uitzondering een veilige plaats bood, was een heilig principe, maar werd in de loop der tijden beperkt. In ruil daarvoor verlangt ze niets. Dus ook weer niet dat het individu gelooft. Bescherming biedt ze aan iedereen, redding enkel aan wie dat zelf verlangt. Natuurlijk heeft de Kerk de bedoeling de boodschap van Christus te verspreiden en op haar meest ambitieuze momenten die zelfs te belichamen. Voor Torfs gaat daarbij het principe van de barmhartigheid dat van de rechtvaardigheid te boven. Hij schetst het ideaalbeeld van een nederige Kerk, waarin de ‘kleine goedheid’ wordt beoefend.

Hij bespreekt in dit hoofdstuk ook het ‘mentale asiel’: de biecht als vrijplaats. De Kerk houdt terecht vast aan het biechtgeheim, ook voor degenen die geen berouw hebben. De biecht is een ‘sacraal moment’ en niet noodzakelijk ‘een moment van morele zuivering’. De wetten en regels van de gewone wereld gelden er niet.

De Kerk als hospitaal

In de Kerk als hospitaal pleit Torfs voor een huis waar plaats is voor velen, waar de liefde vóór de moraal komt, waar ruimte is voor de onvolmaaktheid van de mens, voor ‘twijfel en vertwijfeling’.

De Kerk als ‘veldhospitaal’, een ideaal van paus Franciscus waar wonden worden geheeld en harten verwarmd, ligt niet zomaar voor de hand. De Kerk, althans in het Westen, is immers leeggestroomd en lijkt vooral bezig met haar eigen overleven, in plaats van met dat van de ander.

Torfs: ‘Als je het veldhospitaal maar groot genoeg maakt, kun je er als Kerk zelf bij gaan liggen. Serieus: toch zie je sporen van dat hospitaal. In mijn boek schrijf ik over de paus die op het dieptepunt van de coronacrisis de zegen ‘urbi et orbi’ geeft op een compleet leeg Sint-Pietersplein. Daarmee drukte hij iets uit van existentiële verbondenheid met iedere mens, gelovig of niet. Dat is acceptatie zonder oordeel. Prachtig.’

De Kerk en humor

Wat ook helpt is humor. Het genadige vermogen om jezelf niet al te serieus te nemen en de Kerk te behoeden voor al te veel ernst. In de Kerk was er immers al vroeg een stroming van serieusheid, tot en met de vraag of Christus ooit wel gelachen zou hebben. Humor heeft iets ontwapenend, ontmijnt situaties die uitzichtloos lijken en dringt geen interpretatie op. Humor helpt ook om menselijk en barmhartig te blijven ook al omdat hij mensen gezichtsverlies bespaart. Humor als brug tussen het zegbare en het onzegbare. Humor bedreigt nooit de waarheid, enkel het rotsvaste geloof in het eigen gelijk.

Torfs: “Je moet ook niet meteen aan moppen denken, maar meer aan een levenshouding. Bijvoorbeeld: paus Johannes XXIII ging glimlachend en zorgeloos door de wereld. Dat is waar ik op doel.”

De Kerk en schoonheid

Heel vaak heeft schoonheid een religieuze dimensie. Ook voor wie die zelf niet onmiddellijk ziet. Schoonheid is een metgezel van de Kerk, vooral als ze haar niet wil controleren, definiëren, recupereren, maar volledige vrijheid laat. In die zin is schoonheid, net als humor, vaak aanwezig op het moeilijk begaanbare terrein tussen het zegbare en het onzegbare, kan ze woordeloos dingen verbeelden met accenten en betekenislagen eigen aan de tijd waarin ze tot stand is gekomen. Vaak gaat achter de oorspronkelijke theologische gedachte van religieuze kunst zelf die andere laag schuil, die van het alles overstijgende en het onzegbare. Dat gevoel kan mensen overvallen – gelovig of niet – bij bv. het beluisteren van Bach’s Mattheüspassie.

De Kerk en de opstanding

Zijn vlot, persoonlijk en met de nodige humor geschreven boekje, vat hij zelf samen in twee aspecten. Die van de gastvrijheid, door open te zijn, ook voor ongelovigen en onderdak te bieden aan de kwetsbaren. Daarnaast het ‘gevoel voor transcendentie’ dat voor Torfs uitmondt in het geloof in de verrijzenis’. Zonder opstanding is ons geloof waardeloos, zegt hij Paulus na. De dood is het laatste niet. We mogen geloven en hopen dat de opstanding ons niet zal ontgoochelen.

De belofte van de verrijzenis bevrijdt en bevordert ook de menselijke liefde. De gedachte houdt in dat het bestaan van het hiernamaals – als je erin gelooft ook al weet je niet precies hoe het eruitziet – de zekerheid van de vervulling of het weerzien geeft. Als je in het hiernamaals gelooft, kun je op aarde meer van mensen houden omdat je het afscheid en de dood minder moet vrezen. Het verlies is kleiner, niet definitief. 

Laat de Kerk dus vooral een plek zijn van openheid en transcendentie, een plaats waar men voorbij het vanzelfsprekende, het empirische, wetenschappelijke wereldbeeld durft te denken. Laat het een verzameling zijn van gelovigen, half-gelovigen en ongelovigen. De Kerk is dus geen plaats van absolute heiligheid. Het is zelfs ronduit gevaarlijk om jezelf als gelovige in tijden van secularisatie als een soort heilige rest te zien. Het is niet alleen zo dat dit niet klopt, het verkleint ook nog eens de aantrekkingskracht van de Kerk.

Een mooie liefdesverklaring aan de Kerk, zoals eigenlijk alleen een door de wol geverfde katholiek die schrijven kan.

De Kerk is fantastisch’ van Rik Torfs, VBK Media | Kok Boekencentrum | Isbn 9789043534772 telt 160 pagina’s en kost € 16,99.

Hits: 538