FEESTEN, leven op de adem van de Geest

Laatst bijgewerkt: maandag 15 maart 2021 Gepubliceerd: vrijdag 29 januari 2021 Geschreven door Lode Caes

Het zal al veel mensen verwonderen te horen dat het Feest van Maria Lichtmis vroeger op 2 februari de Kersttijd definitief afsloot. De meeste mensen durven reeds op 26 december geen kerstwensen meer te versturen omdat het dan voor hen al afgelopen is. Eerst passeert nog nieuwjaar de revue, onmiddellijk daarna het jaarfeest bij uitstek 'de solden', gevolgd door Valentijn en dan begint de Paashaas al zijn ren naar Pasen toe. Ons feestgedrag lijkt volcontinu beland in en ondergeschikt aan een 24-op-24-uren-en-7-op-7-dagen voorthollende bedrijfstijd. Terwijl feesten in de eerste plaats stilstaan is en vieren wat er echt toe doet in het leven.

(Afbeelding: Formaat A2, geplastificeerd te verkrijgen bij uitgeverij Averbode)

Feesten spelen hoe dan ook al eeuwenlang, in wisselende gedaanten een grote rol in het leven van mensen. Het is interessant om te zien hoe in de loop van de tijden aankomende godsdiensten feesten van oude religies ‘adopteerden’ en er hun eigen betekenisvolle invulling aan gaven. Leken de oorspronkelijke heidense feesten in de loop van de geschiedenis verchristelijkt, nu lijken ze voorgoed het verloren terrein terug te hebben gewonnen. Maar dat klopt niet. De heidense lichtfeesten zijn weliswaar voor-christelijk maar zeker niet a-religieus. Het feestpatroon vandaag is noch christelijk, noch heidens-religieus, maar louter commercieel geworden.

Feit is dat vele mensen de betekenis van de kerkelijke feesten – wie of wat er gevierd of herdacht wordt – laat staan de voortgang en de totaliteit van het kerkelijk jaar nog amper kennen. Een aantal van deze feesten hebben overduidelijk een commercieel kantje gekregen dat de oorspronkelijke betekenis van deze feesten sterk overschaduwt.

Lichtfeesten

Omdat dit de gewone gang van zaken is, hoeven we daar nog niet blind in mee te stappen. En bij nogal wat mensen is er ondanks alles toch nog een lichtje blijven branden. Lichtmis bijvoorbeeld is oorspronkelijk het feest van het steeds sterker wordende daglicht. Met het weliswaar vergeten Michaëlsfeest, dat op 29 september thuishoort, maakten de mensen zich sterk, om na de zomer de donkere tijd zowel fysiek als mentaal binnen te treden. Met het Sint-Maartensfeest op 11 november steken we nog altijd – op weg naar Kerstmis – graag in de bietenmaskers de eerste lichtjes aan. De adventskrans bevestigt dat ritueel. Omdat het licht stilaan voldoende aan kracht wint, blaast Maria op Lichtmis dan zogezegd die lichtjes uit. Maar dit is slechts schijn. Ze brengt voor ons een nog veel groter licht aan.

De kersttijd onthulde ons de ware identiteit van het kerstekind. De engelen lichtten de herders al in.

Zij spraken: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe”. Acht dagen na zijn geboorte werd het Kerstekind besneden en kreeg het de naam Jezus. Dat betekent precies ‘de Heer redt’. Overeenkomstig het voorschrift in de Wet van Mozes, werd Jezus op de veertigste dag na zijn geboorte, als eerstgeboren zoon, aan God opgedragen in de tempel van Jeruzalem. Die laatste gebeurtenis vieren we op Lichtmis als ‘De Opdracht van de Heer’. Evenals de het feest van de ‘Openbaring van de Heer’ (Driekoningen) leert het ons de ware aard van het kerstekind kennen.

Goed en minder goed nieuws

En dat kind Jezus wordt opnieuw door Simeon in de tempel herkend als wat hij noemt het ‘Heil’ dat God heeft bereid voor alle volken en als een Licht dat voor de heidenen straalt. ‘Heil’ we zien daar het woordje ‘heling’ in. We vinden het terug in ‘heelmeester’. En dat is iemand die ‘geneest’. Weerom iemand die ‘redding’ brengt.

De vertrouwde benaming ‘Maria Lichtmis’ verwijst naar de lichtprocessie, die als een hulde aan Maria werd gezien. De brandende kaarsen herinneren ons dat Maria ‘het Licht van de wereld’ naar de tempel droeg. Net als Simeon zijn wij als christenen geroepen om de fakkel over te nemen om zo ook zijn lichtdragers te zijn.

Simeon had echter ook minder goed nieuws. Jezus zou ook ‘een teken van tegenspraak’ worden. Zijn boodschap van liefde zal veel weerstand opwekken. Daarmee ziet Simeon al in de diepte, tot op de bodem van Goede Vrijdag toe. Het geboorteverhaal van Jezus is dan ook al een lijdensverhaal in een notendop. En zoals ze zijn geboorte-pijn gedragen heeft, zo zal Maria ook zijn stervens-pijn meedragen. Simeon verwijst dan ook naar het zwaard dat de ziel van Maria zal doorboren. Eens zal zij, die nu het Kind in haar armen draagt, het doodgemartelde lichaam van haar zoon omarmen.

Het is niet alleen haar lot. Tot op vandaag buigen vele moeders, overal op de wereld, zich over de gebroken lichamen van hun kinderen, in oorlogsgebieden, in het verkeer, bij ziekte. Oorlog en geweld, lijden en dood, geven zich niet zonder slag of stoot gewonnen. De vrede van het Kerstekind wordt ons zomaar niet in de schoot geworpen. Simeon zag dat dit stralende Kind geluk en vrede voor de wereld betekende, maar dat daarvoor een weg moet worden afgelegd, die vaak door lijden en dood voert. Het Kind dat vandaag in de tempel op handen gedragen wordt, zal straks, niet ver van diezelfde tempel, opnieuw in handen vallen van mensen en daarbij de dood vinden. Precies dan neemt God Hem in zijn handen en brengt Hem weer op de been. Opgestaan is Hij, voorgoed, om ook ons, voor te gaan op onze weg naar Pasen. Lichtmis is dan ook de scharnier tussen de kerst- en de paastijd.

Lichtmis leert ons ook dat we niet alles in het leven kunnen beheersen, maar onderlinge liefde kan ons behoeden voor veel leed, dat we vaak onszelf en anderen aandoen. Omdat we niet alles in de hand hebben, dragen we zoals Maria, ook onze kinderen, klein en groot, op aan de Vader. Hij heeft hun leven in onze handen gelegd. In geloof leggen we hen terug in zijn handen. Dat wil zeggen: dat wij Hem vrijmoedig durven te vragen onze kinderen nabij te zijn, hen te aanvaarden zoals ze zijn, en hen te helpen zoals zijn hart het hem ingeeft.

Orde in de chaos

De christelijke kalender en de jaarfeesten zijn bij dit alles geen doodlopend spoor, maar essentieel om in een geseculariseerde wereld, in dit geloof te blijven leven. Ze vormen mede de agenda van het religieuze leven en een wezenlijk deel van de religieuze opvoeding. Midden de drukte verbinden zij en doen zij ons stilstaan bij wat echt belangrijk is. Daarom moeten we onze feesten koesteren, kerkelijk en in familiekring en vooral met kinderen blijven vieren. Ze laten diepe te volgen sporen na. Door te feesten leren we telkens weer stil te staan bij wat echt belangrijk is. Ze zijn een handleiding bij het leven zelf. Dat het leven in de eerste plaats in zijn vele gedaanten een kostbaar geschenk is dat verwijst naar zijn goddelijk oorsprong. De natuur, het beleven van de seizoenen, dag en nacht, eb en vloed en alle dingen die er werkelijk toe doen in dit leven voor het welzijn van mensheid. Het vieren van feesten behoedt ons voor chaos en brengt orde in onze moderne samenleving.

Op de golfslag van de geest

 

Het werd avond en het werd ochtend…

Reeds op de eerste bladzijde van de bijbel

is de toon gezet.

Het werd avond en het werd ochtend…

Nauwgezet, als het ritmisch tikken

van een grote oude klok.

 

Schepping is ritme.

De wenteling van de sterren

en de hartslag in ons lichaam.

De golfslag in de oceaan

en onze adem, in en uit.

Wij snikken van verdriet

en dansen van vreugde,

zoals zomer en winter

de aarde bewegen.

 

Leven is ritme.

Ook het groeien naar een nieuwe wereld,

het waar worden van Gods droom

gebeurt op de deining

van heimwee en vervulling.

Advent en Kerstmis,

Vasten en Pasen

als avond en ochtend

naar Pinksteren:

de middagzon in volle zomer.

 

Zo boetseert ons de Geest

als in een tweede schepping.

Romaanse kerken en abdijen

konden zijn ritme vastleggen.

In hun stenen, in de witte muren,

in hun ingehouden zingen.

Onze kerktorens leggen zijn ritme

in het landschap en in de skyline van onze steden.

Daar binnentreden is de ruimte zoeken

om onze kleine dromen

af te stemmen op het ritme van Gods grote droom.

 

Kerkelijke feesten zijn ankerpunten

op onze levenslange hemelvaart.

Kerkgebouwen zijn dan ook,

vreemd of vertrouwd,

dorpsklein of immens groot,

een plek om even het anker uit te werpen,

te wachten tot het zich vasthecht

aan één of andere pilaar, een glasraam

of een lichtinval op het tabernakel

en zich dan verankerd en veilig te weten

in de oceaan van Gods Geest.

 

(Manu Verhulst, Op de golfslag van de Geest)

Hits: 2283