JoomlaTemplates.me by HostMonster Reviews

KERSTMIS - Mens worden is afdalen

Laatst bijgewerkt: zaterdag 14 februari 2026 Gepubliceerd: vrijdag 19 december 2025

De avond voor Kerstmis branden alle kaarsen op de adventskrans, zijn onze huizen feestelijk opgetuigd. 

Maar het ware licht schittert echter niet bovenaan in de fonkelende ster op de kerstboom, 

ook niet in de glans van de versiering eromheen. Het ontvlamt in de luwte en de laagte. 

Want zoals Manu Van Hecke, abt van de Sint-Sixtusabdij, het de vrijgestelden tijdens de adventsrecollectie voorhield, 

stijgt niemand ooit op, die niet eerst is afgedaald

Dat is de stille logica van God: de weg omhoog loopt langs beneden. Mensworden is afdalen.

Juist nu we mogen hopen op een geloof dat ons optilt:

boven de sleur van alle dagen, boven angst en falen, boven de wonden die we met ons meedragen.

We verlangen naar een christendom dat ons vleugels geeft, en terecht: het evangelie belooft vrede, vreugde, genezing.

En toch, wie afdaalt in zijn waarheid en kwetsbaarheid, wie de dagelijkse realiteit niet ontloopt, komt juist daardoor dichter bij God.

Wie zich klein maakt, wordt omhooggeheven.

Dat is het geheim waarin we op Kerstmis feestend mogen binnengaan.

 

God daalt eerst af – het hart van Kerstmis

Als we Kerstmis vieren, beginnen we niet bij onze gevoelens, onze goede voornemens of onze vroomheid.

We beginnen bij God die afdaalt. Niet wij zetten de eerste stap naar beneden. Hij doet dat.

Kerstmis is niets anders dan dit: God die mens wordt uit pure barmhartigheid.

De psalmist blijft er verwonderd over: “Heer, wat is de mens dat Gij hem aanziet, het mensenkind dat Gij hem telt?” 

En Job vraagt bijna ongelovig: “Waarom geeft Gij uw hart aan de mens?” 

Op Kerstdag vieren we dat deze vragen een tastbaar antwoord krijgen: God zoekt de mens werkelijk op.

Hij die ons had kunnen helpen zonder zelf mens te worden, koos ervoor midden onder ons te wonen.

Het Woord is vlees geworden: niet als idee, systeem of macht, maar in het vlees zelf – breekbaar, sterfelijk, kwetsbaar.

Hij werd geboren in het zijn, onder de zijnen in de ruwheid van onze aarde even weerloos als wij.

Zijn afdaling is het eerste en grootste gebaar van barmhartigheid.

Nog vóór er sprake is van onze bekering, ons gebed, onze inzet, staat daar dit ene:

een God die ons liefheeft, vóór wij Hem kunnen liefhebben. Dat is de vreugde die Kerstmis opwekt.

 

Een Kind komt in een wereld die Hem niet verwacht

De wereld waarin Jezus opnieuw wordt verkondigd, verschilt niet zoveel van de wereld waarin Hij ooit echt werd geboren.

Ook toen werd er niet op Hem gewacht. Hij kwam als een ongenode gast op het toneel van de geschiedenis.

Het volk verlangde een sterke leider, zichtbare macht, een redder die orde zou scheppen.

Maar Hij komt anders: niet als iemand die in onze berekeningen past, maar als de liefde die alles overstijgt.

Geen macht, maar nabijheid. Geen geweld, maar kwetsbaarheid. Geen triomf, maar een kind in een voerbak.

Hij daalt af tot waar wij zijn: in ons gemis, onze verwarring en ons falen.

 

Als het werkelijk zo zit, hebben wij dan een plaats voor Hem?

Waar wij menen alles onder controle te hebben, schema’s vol, rollen verdeeld, komt Hij gemakkelijk niet aan bod.

Zijn binnentreden is zelden spectaculair, bijna altijd onooglijk en onopvallend.

Alleen wie afdaalt uit de hoogten van zekerheid en zelfgenoegzaamheid, merkt Hem op wanneer Hij komt.

 

Afdalen: hoe bereiden wij ons voor?

Hoe kunnen we, juist vandaag, concreet afdalen om Kerstmis in die diepte te vieren?

 

1. Klein worden voor God

Afdalen is klein durven worden. Niet vernederd, maar gelouterd.

Toegeven dat je niet alles hoeft te kunnen, niet alles hoeft te weten, niet alles in de hand hebt.

Erkennen dat je een mens bent: bemind, maar begrensd. Zo komt er in ons ruimte voor dat kleine Kind.

 

2. De ander hoger achten

Afdalen is de ander laten voorgaan: iemand laten schitteren, iemand recht doen, ook als het ons iets kost.

Geen valse bescheidenheid, maar echte liefde.

In een tijd van drukte, meningen en lawaai is wie stil wordt en luistert, een profeet.

Misschien is dat vandaag een klein gesprek met iemand die je liever ontwijkt,

een telefoontje naar iemand die zich alleen voelt, een verzoenend woord waar spanning hangt.

 

3. Eigen pijn en schuld niet uit de weg gaan

Afdalen is ook: niet weglopen voor wat in je eigen hart schuurt.

De wonden, de gemiste kansen, de zonden niet overschminken voor Kerst, maar ermee komen zoals je bent.

Eerlijk, zonder drama en zonder vergoelijking.

En tegelijk iets van het lijden van de wereld meedragen:

de oorlogen, het onrecht, de armoede die ook deze Kerstmis tekenen.

We kunnen niet alles oplossen, maar we kunnen het wel dragen en het voor God neerleggen.

 

4. De stap naar onvoorwaardelijke liefde

Afdalen is tenslotte: de onvoorwaardelijke liefde binnengaan.

We mogen kijken naar een Kind dat niets terugvraagt, dat zich eenvoudig geeft.

Onvoorwaardelijk liefhebben betekent: ook daar trouw blijven waar de ander teleurstelt, waar het niets lijkt 'op te brengen'.

Onze zwakheid, die van anderen, die van de wereld, niet goedpraten, maar met erbarmen in Gods hart leggen.

 

Rouwmoed aan de kribbe

Kerstmis nodigt ons uit tot rouwmoed: een zacht, nederig hart dat weet dat het alles ontvangt.

Rouwmoedig leven betekent:

de illusie loslaten dat we onszelf moeten redden, en toch verantwoordelijkheid nemen voor ons leven.

 

Zo kunnen we misschien heel even bidden:

 

Zó ben ik, Heer,

zó is mijn verleden,

zó zijn mijn grenzen –

en ik laat U daarin binnen.

 

Dat is afdalen in jezelf, niet om in je eigen diepte te blijven hangen,

maar om daar Christus te ontmoeten, die lager is afgedaald dan wij ooit kunnen.

Daar, in de laagte van ons bestaan, ontstaat de echte roep om redding en genezing,

niet alleen voor onszelf, maar ook voor allen die wij meedragen.

Bidden wordt dan eenvoudig: met lege handen bij Hem blijven staan.

Dat is de houding van de herders: arm, onhandig misschien, maar aanwezig bij de kribbe.

 

Klimmen in de Geest

Wie afdaalt, begint tegelijk te klimmen. In Gods logica is het één beweging.

Wie hoogmoed loslaat, wordt binnengeleid in een andere hoogte: die van Gods goedheid.

Klimmen in de Geest betekent groeien in liefde, vaak onopvallend en klein:

iemand vergeven, een hard woord inslikken, aandacht hebben voor wie normaal niet meetelt.

In al die kleine 'afdalingetjes' – een beetje minder ik, een beetje meer jij – tilt Gods Geest ons omhoog.

Dat is precies wat we op Kerstmis vieren: niet een zoetsappig sprookje,

maar het begin van een weg waarop God ons, stap voor stap, verheft.

 

Langzaam verschuift zo ons perspectief.

We ontdekken dat de kleinen en vergetenen in Gods hart vooraan staan.

En wanneer wij hen dichterbij laten komen, komen wij zelf dichter bij Hem.

Hits: 893